06.04.2010

Al in '46 welbehaaglijk neergevlijd

het is te stil om veel en snel te praten

Liggend in de zon

De liefste sluimert naast mij in het kruid.
Onder mijn arm door lig ik naar haar te staren.
Soms slaat de wind haar zachte lange haren
strelend over mijn rug, mijn naakte huid.

Ik luister naar het ijl ruisend geluid
- mijn adem gaat in ritme met de hare –
naar het verre doffe bruisen van de baren
en naar de wulp, die schor, weemoedig fluit.

Er ligt een wijding over het ongerepte land.
het is te stil om veel en snel te praten,
enkel een zoen, heel vluchtig op haar hand.

De zilte schorren en het wijde zand
zijn aan ons twee alleen overgelaten.
Er is geen einder en geen overkant.

Hans Warren

Uit
Verzamelde Gedichten
Bert Bakker
Amsterdam, 2002.

21:45 | Commentaren (0) | Tags: tederheid

De commentaren zijn gesloten.