25.12.2009

Terwijl zij knielt.

Aandachtig

Midwinter

Het sneeuwt al dagen, al dagen sneeuwen
De dagen onder ons, al nachten zwellen
De straten, de grachten, de dampende daken.
De stad en december staan bol van ons paar.

Wij liggen opgesloten onder het vriespunt
Te slapen, haar dromen klinken gedempt
Als ik droom wat zij zegt: ‘Wij zijn jong
Op een kraakhelder uur met geheimen getrouwd.’

Een kou staat stijf te duwen tegen de ramen.
Wij poken de vuren op met tongen van vroeger,
Pas morgen vriezen wij definitief aan elkaar.
Wie maakt ons hier wakker, wij raken vermist.

Nog naakt en staande drink ik in de heet
Gestookte keuken bier en rook een sigaret
Terwijl zij knielt en mij aandachtig pijpt.
Ik zie ons niet en hoor het langzaam sneeuwen.

Leonard Nolens

Uit
Een fractie van een kus
Poetry International & Querido
Rotterdam – Amsterdam - Antwerpen, 2007

 

21:45 | Commentaren (0) | Tags: dijen

De commentaren zijn gesloten.