30.09.2009

Onaangerand ontkomen

En het wás of wij daarginds hem zagen

Herfstmanoeuvre

Ik zeg niet: dat was gisteren. Met waardeloos
zomergeld in de zakken liggen we weer
op het kaf van de hoon, in de herfstmanoeuvre van de tijd.
En de vluchtweg naar het zuiden komt ons niet,
als de vogels, van pas. ’s Avonds trekken
viskotters en gondels voorbij, en soms
treft mij een splinter droomdronken marmer,
waar ik kwetsbaar ben, door schoonheid, in het oog.

In de kranten lees ik veel over de kou
en haar gevolgen, over dwazen en doden,
over verdrevenen, moordenaars en myriaden
ijsschotsen, maar weinig wat me bevalt.
Waarom ook? Voor de bedelaar die ’s middags komt
sla ik de deur dicht, want het is vrede
en je kunt je de aanblik besparen, maar niet
het vreugdeloos sterven van bladeren in de regen.

Laat ons op reis gaan! Laat ons onder cipressen
of onder palmen of in de sinaasappeltuinen
tegen verlaagde prijzen zonsondergangen zien
die huns gelijke niet hebben! Laat ons de
onbeantwoorde brieven aan het gisteren vergeten!
De tijd doet wonderen. Komt hij ons echter ongelegen
met het aankloppen van de schuld: wij zijn niet thuis.
In de kelder van het hart, slapeloos, vind ik me terug
op de kaf van de hoon, in de herfstmanoeuvre van de tijd.


Ingeborg Bachmann


vertaling Paul Beers & Isolde Quadflieg

Uit
Tijd in onderpand
Amber
Amsterdam, 1988

21:45 | Commentaren (0) | Tags: bidt niet

De commentaren zijn gesloten.