29.04.2009

For the time being

want het regent noch waait ooit meer voor jou

.

ik denk
als het regent
laat ze niet nat worden

en als het stormt
vat ze geen kou

en ik denk ook
dat dat denken
niet helpt

want je wordt nooit meer
nat noch vat je kou

want het regent
noch waait ooit
meer voor jou

Bert Schierbeek

Uit
De deur.
De Bezige Bij.
Amsterdam, 1986.

09:45 | Commentaren (0)

28.04.2009

So You Think You Know It All.

Evening Wind 1921 van Edward Hopper

Wij gingen uit stelen

Wij gingen uit stelen en begonnen meteen
met de dag. Van zonsopgang tot een handvol
peperdure minuten na middernacht.

Wij verzamelden geneeskrachtige kruiden
zoals de zangerige lus van de bergweg,
de speeltuinen en de boomgaard waarin
het boerse linnen te bleken lag.

Wij droogden wat we met honderd listigheden
verworven hadden en stampten het fijn
met de vijzel van alwetendheid tot woorden
die door niemand konden worden uitgelegd.

Eddy van Vliet


Uit
Gigantische dagen. Een keuze uit de gedichten 1978 - 2001
De Bezige Bij
Amsterdam, 2002

 

21:45 | Commentaren (0) | Tags: en nu

27.04.2009

Neem je nog wat voor me mee?

Een middel om wat doodgaat te redden door het te registreren

Vrouw

Ik zie haar nog zitten: een simpele bank
met een simpele vrouw met twee simpele handen
omhoog naar de lucht, voor het rood van de
tuin in de zon, als een meisje zo rank,

als een kind zo verwachtingsvol, ondanks haar jaren.
Ze neuriede zacht en ze lachte daarbij
in geboeide vervoering. Ze keek niet naar mij,
ze keek naar haar handen. Die maakten gebaren.

Als bloemen, dan bloeide zij, vissen: zij zwom,
als vogels: daar vloog zij. En ik? Liever dan
te geloven in wonderen, onder het mom
van een groet, als voorbijganger, brak ik de ban
en ik wandelde verder en keek niet meer om
en maakte er simpel een ziektebeeld van.

Harmen Wind

Uit
Buiten adem
De Arbeiderspers
Amsterdam, 2001

09:45 | Commentaren (1) | Tags: angel

26.04.2009

Ja eh,…, ik ben ook lui in bed.

Als het maar beweegt

Licht

Je kunt je duizend keer
Hetzelfde verkeerd
Herinneren.
Zo weet ik beslist
Dat de zon scheen toen
Ik voor het eerst
Een vrouw zoende
Tussen haar benen

Toch was het nacht
Of avond op z'n minst
Dat kan niet anders

Ik moet al die jaren
Het licht naast
Het bed voor de zon
Hebben aangezien

Ook is denkbaar dat ik
Die keer verwar
Met een andere
Keer, bij daglicht en later

Martin Bril


Uit
Verzameld werk
Gedichten
521
Amsterdam, 2002

21:45 | Commentaren (0) | Tags: sterven

Als de zon op de juiste wijze door het kastanjelover piepte.

Begeerte heeft ons aangeraakt.

De tieten van mijn vrouw

Mijn vrouw, nu ik het toch over haar heb,
Was toen ik haar net kende mollig en met
Dikke tieten waar ik geen genoeg van kreeg
Blond ook, met een grote, boze mond
Die geweldig lachen kon

Inmiddels, jaren later, is mijn vrouw allang
Niet mollig meer en haar tieten zijn
Verwenen, een fenomeen waarvan ik niet
Wist dat het bestond
Ze is ook niet blond meer, en haar mond
nog even groot staat niet boos meer
Het lachen is gebleven

Nu ik toch bezig ben
Die tieten van mijn vrouw
Ooit groot en nu klein
Ze hebben nog wel dezelfde tepels
Hele mooie, om precies te zijn

Martin Bril

Uit
Verzameld werk
Gedichten
521
Amsterdam, 2002

09:45 | Commentaren (0) | Tags: sterven

Lekker samen klungelen met het vrouwtje.

Ik durfde dan nooit te zeggen dat ik die oorlog juist ontzettend graag wél had meegemaakt

Hartstocht

Buiten zit ergens
Een eend te kwaken

Binnen steekt zij
Haar kont omhoog

Buiten zit ergens
Een eend te kwaken


Martin Bril


Uit
Verzameld werk
Gedichten
521
Amsterdam, 2002

00:15 | Commentaren (0) | Tags: sterven

25.04.2009

Zandkorrels zijn we.

rokjesdag

Denken

Je denkt wat af

Denk je

Maar

Je denkt
minder

Dan je denkt

Hoor


Martin Bril


Uit
Verzameld werk
Gedichten
521
Amsterdam, 2002

10:30 | Commentaren (3) | Tags: sterven

23.04.2009

We tested and didn't find any significant problems.

Never a Dull Moment..

Er zijn dieren

Er zijn dieren die piepen.
Zo zijn ze geschapen, tot piepen.
Hun tieren te iel in de mist.

Er zijn dieren die loeien.
Zo zijn ze geschapen tot loeien.
Hun roepen te rauw in de mest.

Er zijn dieren onhoorbaar.
Scharrelend.

Joke van Leeuwen

Uit
Fladderen voor de vloed
Maarten Muntinga
Amsterdam, 2007

 

09:45 | Commentaren (0) | Tags: vragen

22.04.2009

Hebt u er geen goesting meer in.

Intimae

Sommige woorden liggen toegedekt

Sommige woorden liggen toegedekt.
Sommige woorden draaien zich eens om.
Sommige woorden willen niet gewekt.
Sommige woorden zien met spijt het licht.
Sommige woorden spreken in een beeld
waar je geen weet van hebt totdat je merkt
wat in het signatuur zich heeft verheeld.

Peter M. Heringa

Uit
Voces Intimae. Verzamelde gedichten
H.G. Liebentrau
Amsterdam, 2001

Uitzichtloze opwinding.

Altijd wist hij

Zo Vrij

Altijd wist hij dat hij vliegen kon:
een kleine afzet en de grond liet los.

Aanvankelijk vloog hij dan zo laag
dat één voet nog de vloer kon raken

maar snel werd elke torenspits punt van geloof
en ieder mens versimpelde tot plat ovaal.

Altijd stond hij stil op zijn balkon,
een glans van zeker weten in zijn ogen.

Th. van Os

Uit
De beurtzang
De Arbeiderspers
Amsterdam, 1996

 

09:45 | Commentaren (0) | Tags: wat jij wilt

21.04.2009

Waar in 1921 op zondag de bruiden tekenen.

1921

 

Elegie

Zondag op het land.
Roken en door 't venster staren :
linden voor de gevel,
trage knapen gaan voorbij.

Zomeravond op de velden
en de verre treinen kan men horen.
Grachten die naar heimwee smaken,
vergezichten, klokken die mij plagen
komen 't hart zijn honig roven.
En de dorpen die ik door wil trekken,
waar de bruiden wonen,
waar de boten varen op de stromen,
roepen mij in ‘t dalend donker :
in het koren staat een huis.

Maar ik toef hier voor het venster
van een boerenkamer
waar een stoel de stilte tekent
en de bloemen bruin verwelken
in een glas groen water.

Maurice Gilliams

Uit
Verzamelde gedichten
Meulenhoff/Poëziecentrum,
Amsterdam-Gent, 1993

22:10 | Commentaren (0) | Tags: dakraam

20.04.2009

Niets mooier dan annuleren en zo anders dan zoeken.

Tegen de jarretelfilosofie

My BlogWeb

09:45 | Commentaren (0)

19.04.2009

Stel maar wat voor voor vandaag.

Ze wentelt als een schaduw


Het meisje lekkernij

Het meisje dat haar vingers naar je strekt -
ze is een sprookje dat zich afspeelt
in je hoofd.
Haar hand haalt alles overhoop.
De melodie die je voorzag ontpopt zich
en je ogen bloeden mee.
Met welke lekkernij heeft ze je volgestopt?

Ze wentelt als een schaduw
op de muren om je heen
alsof ze een belofte maakt.
Je hoeft niet op de nacht te wachten
om te zien hoe ze bezwijkt.
Ze rafelt als een wollen sokje in je uit
en vormt een vlek.

Je maakt haar nooit, nooit, nooit meer weg.

Miquel Declercq

Uit
Person@ges
De Arbeiderspers
Antwerpen/Amsterdam, 1997

09:45 | Commentaren (0) | Tags: geen rokje

18.04.2009

Geen geliever van zus nu of zo.

a giggle in her talk

Zie je ik hou van je

Zie je ik hou van je,
ik vin je zo lief en zo licht -
je ogen zijn zo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je ogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou zo graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zo vrees'lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen -
Maar ik kan het toch niet zeggen.

Herman Gorter

Uit:
Verzen
W. Versluys
Amsterdam, 1916

21:45 | Commentaren (0) | Tags: liefde

17.04.2009

Wat we niet hadden.

Emily Browning Bella Tegen De Jarretelfilosofie

Vroeger

I

Nu zij naast mij loopt rust mijn hand
even lager dan de wat in romans
vroeger leest werd genoemd.
Zacht spelen onder zomerkatoen
onder mijn vingers de spieren –
gespannen en sprongbereide
tweelingdieren zou ik
in vijfenveertig dichten,
nu denk ik aan twee lieve handen
die onze wandeling begeleiden –
maar rustig, rustig, niet haasten,
eerst nog meer over vroeger praten


II 

De sidderende strijkdijen,
hun met fluweel beklede
gekoelde binnenkanten,
vage struikheidereuk van honing.

De blauwe ogen waarvan de linker
geloof ik nog iets groener
was dan de rechter als zij
iets ernstigs uit moest leggen
en mij ervan verdacht dat
ik mijn best deed niet te lachen.


J. B. Charles

Uit
De groene zee is mijn vriendin
De Bezige Bij
Amsterdam, 1987

21:45 | Commentaren (0) | Tags: fluister

Als ik hoofse zin heb.

Niets dat me zo nauwsluitend past

’s Morgens

Het was half vijf ’s morgens in April
Ik liep, en floot de St. Louis Blues
Maar ik floot die op mijn eigen wijze
Al fluitend dacht ik: mocht mijn fluiten
gelijken op de zang van de grote lijster
En waarlijk, na enige tijd geleek mijn
fluiten van de St. Louis Blues
op de zang van de grote lijster:
turdus viscivorus

Jan Hanlo

Uit
Verzamelde gedichten
Oorschot
Amsterdam, 2006

16.04.2009

Met de kloten van de duivel.

look du jour

(…)

‘Als de Tao verloren is, verschijnt Deugd
Als de Deugd verdwenen is,
Verschijnen moraliteit en religie
Daarna werkt iedereen hard
Met opgestroopte mouwen
Om het kwaad te bevechten.’

Lao Tze


vertaling Archie J. Bahm

Uit
Tao Teh King
SWP
Amsterdam, 2006.

21:57 | Commentaren (0) | Tags: bidt niet

15.04.2009

Wie is 't die jou mist

Alleen vraag ik me soms nog af

Sinds die nacht

Sinds die nacht die ons
weer bijeen moest brengen
en die ons verder dan ooit
van elkaar heeft vervreemd
ben je langzaam maar zeker
aan mijn gedachten ontglipt.
Alleen vraag ik me soms nog af
hoe je rode kater het maken zou
die 's morgens natgeregend op het bed
sprong en ons onder luid gesnor
geestdriftig kopjes gaf alsof
er iets viel goed te maken.
Hij was liever voor ons
dan wij voor elkaar, maar hij
had dan ook niets te vrezen.

Hanny Michaelis

Uit
De rots van Gibraltar
Van Oorschot
Amsterdam, 1969

21:45 | Commentaren (0) | Tags: rendez-vous

Botschaft des tauchers

Hans Magnus Enzensberger, Hammerstein

De boodschap van de duiker

Onder de zilveren klok, hangend
in het zeewier, het masker voor het gezicht,
de elektrische slurf, gehalsterd
aan rimpelige navelstrengen, tuimelend
in de melkachtige afgrond, alleen
met zijn hart als een profeet,
alleen met zijn zweet tijdens het gegorgel:

Boven in het daglicht bereidt de jury
de dood en cultuursla toe, Jupiter verkoopt
zichzelf onder de lampen,
bazuinkoren jubelen, overal
fluiten de scheidsrechters reeds
voor de laatste penalty, de zenders
seinen bullen over de harakiri:

Beneden in het donker in zijn uitrusting,
in zijn brandende fuik zweeft,
in de deining der algen,
traag, in zijn trektuigen
uit koper en rubber, blind,
de roemloze duiker, en roept
in het galmende spreektuig:

CQ CQ aan allen! aan allen!
Ik ben alleen op de grond,
waar niemand gelijk heeft van ons
noch van jullie, gehecht aan mijn einde,
de stomme mossel heeft gelijk,
en de heerlijke kreeft alleen
gelijk heeft de zinvolle zeester.

Ik herhaal: laat zijn,
zie af van ons en van jullie
en van mij!
Kort-kort-kort
lang
kort-lang

Hans Magnus Enzensberger

Vertaling René Smeets

Uit
Landessprache. Gedichte
Suhrkamp
Frankfurt am Main, 1960

 

09:45 | Commentaren (0) | Tags: dakraam

14.04.2009

Enkel oog hebben.

Staren naar de maan

Nergens meer heen

Zullen op de brug blijven,
in elkaars armen,
kussen elkaar, wijd open ogen
zullen staren naar de maan.

Hebben zeker vader, moeder,
zijn ze vergeten.
Zijn zo jong en al belast
wanneer ze aan het draaien gaan.

Zullen aan de hemelen en de lantaarns
liefde en de uitbraak zweren.
Maar de lichten, straten blijven
stom, er zal enkel wind staan.

Zullen van de brug niet meer,
niet voor ouders, voor geen mens,
enkel bij zichzelf behoren,
nergens meer heengaan.

Uwe Kolbe

Vertaling Bernard Dewulf

Uit
Nicht wirklich platonisch. Gedichte
Suhrkamp Verlag
Frankfurt am Main, 1994

weit offne Augen werden in den Mond sehn

Nirgendwo mehr hin

Werden auf der Brücke bleiben,
eines in des andern Armen,
küssen sich, weit offne Augen
werden in den Mond sehn.

Haben Vater, Mutter wohl,
haben sie vergessen.
Sind so jung und schon so schwer,
wenn sie sich im Kreis drehn.

Werden Himmeln und Laternen
Liebe und den Ausbruch schwören.
Doch die Lichter, Straßen bleiben
stumm, es wird nur Wind wehn.

Werden von der Brücke nicht mehr,
nicht für Eltern, für die Katz,
nur noch sich und sich gehören,
nirgendwo mehr hin gehn.

Uwe Kolbe

Uit
Nicht wirklich platonisch. Gedichte
Suhrkamp Verlag
Frankfurt am Main, 1994

22:13 | Commentaren (0) | Tags: luna

13.04.2009

Welbevinden aan geen god.

het walhalla van mijn gulzige leven

Droomfuga

Het is een binnenplaats met gras.
daar heb in de kou staan lezen,
jaren dat mijn boek niet uitgelezen was.

Ik heb zoveel gezwegen.
Ik ben een kind gebleven,
weerspiegeld in een waterglas

Maurice Gilliams

Uit
Verzamelde gedichten.
Meulenhoff.
Amsterdam, 2000.

09:45 | Commentaren (0) | Tags: man

12.04.2009

Tijd om te gaan

Ik schrijf je neer

Hun naaktheid

Aan de voet van de berg
krijgen de zielen
een ivoren kistje
dat zij op hun rug moeten binden,

waarin vlieginstructies
en zonnebrandolie.

Ook wordt hen bij de ingang
van de eeuwigheid altijd
schielijk een ochtendjas aangereikt:

hun naaktheid zou de engelen
maar van het werk houden,
de rechterlijke macht beïnvloeden

L. F. Rosen

Uit
Doorwaadbare plaatsen.
Van Oorschot.
Amsterdam, 2004.

21:45 | Commentaren (0) | Tags: fluister

Wat is jouw wereld?

In mijn onschuld heb ik niet geweten

Ik had gedacht…

Ik had gedacht dat ik je kon vergeten,
en in de zachte nacht alleen kon slapen,
maar in mijn onschuld heb ik niet geweten
dat ik bij elke windvlaag zou ontwaken:

Dat ik lichte trilling van je hand
weer langs mijn sluimerende hals zou voelen –
Ik die dacht dat het vuur in me brandde
als de witte sterrenbaan zou zijn afgekoeld.

Nu weet ik dat onze levens zijn als een lied
waarin de smarttoon van onze scheiding klinkt
en waar alle vreugde terugvloeit in verdriet
en uiteindelijk in onze eenzaamheid verzinkt.

Ingrid Jonker

Vertaling Gerrit Komrij

Uit
Ik herhaal je
Podium
Amsterdam, 2000

09:45 | Commentaren (0) | Tags: hartendief

11.04.2009

Alles rept en roert zich.

Één

Meisje

Wanneer zal dan die heimelike pijn,
die niemand weet of weten zal, ten einde zijn?
Wanneer zal ik me moeten verbergen, zeer timied,
en schuchter doen, omdat een man mijn naaktheid ziet?
En wanneer zullen beter sterkre handen
m’n schouders omvatten en mijn lijf strelen,
als ik ’s avonds, van verlangen moe,
alvorens slapen gaan, wel doe.
(Dan ben ik naakt en mijn naaktheid wiegel
ik vóór de zacht-belichte spiegel,-
de elektriese lamp is gehuld in een zijde-bloedrode bloem.-)
ik wacht en voel ’t immense van mijn leed,
wijl ik slechts vaag weet mijn leven inkompleet

Paul van Ostaijen

Uit
Verzamelde gedichten
Bert Bakker
Amsterdam, 1992

09:45 | Commentaren (0)

10.04.2009

Voor eens & voor altijd.

Is vertrouwen een woord

Munusculum

Judas, die Zijn woorden haatte,
omdat zij vol met graten zaten,
probeerde ze niet door te slikken
en zag het liefst de Visser stikken.
Toen Jesus zich vooroverboog –
een zachte stem vroeg wie er loog
rilde Judas en sprak teer,
snakte: ‘Heer, ik? Ben ik het, Heer?’

Wiel Kusters

Uit
Velerhande gedichten
Querido
Amsterdam, 1997

21:45 | Commentaren (0) | Tags: bidt niet

Stille Freitag.

Duits Kerkhof

Duits kerkhof

't is jaren da'k zegge 'k ga d'r een liedje van zingen
maar wie zingt er nu liedjes van zo'n droevige dingen
lijk in lauwe 't duits kerkhof rondom in de bomen
da'k er nu achter jaren nog luidop sta van te dromen

't schoonste plekske van lauwe 't was daar
en w' hèn der gespeeld en gerotst "t is echt waar
we liepen zig-zag tussen de graven rond
of lagen verdoken onzen buik op de grond

moeder hèt ton dikwijls van 'n oorlog verteld
en als we daar speelden hèm de kruiskes geteld
van heinrich en werner 'k zie de namen nog staan
uit duitsland gekomen om alhier dood te gaan

z' hèn 't kerkhof verkaveld en villa's gebouwd
d'r is lange genoeg om dien oorlog gerouwd
de doo'n weggemoffeld al thoop op nen hoop
ach jezus ook heinrich en werner ook

ze waren daar pertang op de kinders gesteld
lijk de zondag in 'n zomer hèn z'ons voetjes geteld
en g' hort naar 't zingen en 't waaien van de bomen
en 's winters alleene van thuis liggen dromen

Willem Vermandere

03:00 | Commentaren (0) | Tags: sterven

09.04.2009

Maar vanavond

Grööndunnersdag

Terugblik

Nu ‘k met haar voortleef, hunkerend naar zoen
En streeling, is zij wel mijn liefst bezit;
Maar ‘k zou, nu ik niets beters weet dan dit,
Die eerste koelheid over willen doen,

Die morgenkoelte, die het moe verdriet
Nog niet als schaduw onder ’t zonlicht draagt,
Dien schemertijd, als men zich huiv’rend vraagt:
Is ’t nu al liefde? – Neen, nog niet… nog niet…

S. Vestdijk

Uit
Verzamelde Gedichten
Atheneum - Polak & van Gennep/Bert Bakker; de Bezige Bij/Nijgh & van Ditmar
Amsterdam – Den Haag 1987

21:45 | Commentaren (0) | Tags: en nu

08.04.2009

Altijd iemands vader altijd iemands kind


Duizend soldaten

Als ge van ze leven in de westhoek passeert
Deur regen en noorderwinden
Keert onze den tijd als g' alhier passeert
Den oorlog ga j' hier were vinden

Ja 't is den oorlog da 'j hier were vindt
En 't graf van duizend soldaten
Altijd iemands vader altijd iemands kind
Nu doodstil en godverlaten

Laat de bomen nu maar zwijgen en dat 't gras niets verteld
En de wind moet 't ook maar nie zingen
Dat julder'n dood tot niets hè geteld
Dat waren al te schik'lijke dingen

Zeg 't gaat al goed der is welvaart in 't land
En de vrede ligt vast in de wetten
We maken wel wapens maar met veel meer verstand
Maar just om den oorlog te beletten

En grote raketten atoom in den top
We meugen toch experimenteren
We mikken wel ne keer naar mekaar zijne kop
Maar just om ons 't amuseren

Als ge van ze leven in de westhoek passeert
Deur regen en noorderwinden
Keert omme den tijd als g' alhier passeert
Den oorlog ga j' hier were vinden

Ja 't is den oorlog da 'j hier were vindt
En 't graf van duizend soldaten
Altijd iemands vader altijd iemands kind
Duizend en duizend soldaten

Willem Vermandere

09:45 | Commentaren (0) | Tags: stervem

07.04.2009

'n Kus.

zo graag & zacht

Verliefd

Zo gaat het, zo ging het en zo zal het altijd gaan.
Afspreken in cafés op de sluitingsdag.
Aan de verkeerde zijde van bruggen staan.
Tussen duim en wijsvinger, als brandende as,
het fout begrepen telefoonnummer.
Parken te nat, hotels te vol, Parijs te ver.
Liefde als een veelvoud van vergissingen.

Onbeholpen woorden als zoëven op zak en    
zoveel zin om, los van de wetten
van goede smaak en intellect, te schrijven
dat van de stad waar je elkaar voor het eerst zag,
een plattegrond bestaat, waarop een kus,
die het nauwelijks was, geregistreerd werd.

Eddy van Vliet

Uit
De binnenplaats
De Bezige Bij
Amsterdam, 1987

 

Hoe graag en zacht.

zo

Neen. Ik spreek niet want ik adem juichend

Neen. Ik spreek niet want ik adem juichend.
Ik nader niet in de zuinige vacht van het daglicht,
maar ver ik tref in de ijzeren ogen der nachten de delfstof.

Zo mijn stem gaat dieper en bereikt de dieren:
hoog aan de bergen de drinkende vogels
en lager de warme gewelven der padden.

Al wat ik bloedend betreed en bevochtig
ik bewoon het langdurig en levend.
De kracht der werkende wouden heb ik veredeld,
het hout met zachtaardige warmte bezield
en hoor hoe geluidloos de ketens der zeeën bewegen,
hoe zacht en graag de verte in het maanlicht smelt.

Neen, ik spreek niet. Nauwelijks ik adem,
want glanzend ik zuig uit de weelde de zuurstof.
Ik behoor tot de goden.

Paul Snoek

Uit
Gedichten
Lannoo - Atlas
Tielt – Amsterdam, 2006.

09:45 | Commentaren (0) | Tags: bidt niet