11.04.2009

Alles rept en roert zich.

Één

Meisje

Wanneer zal dan die heimelike pijn,
die niemand weet of weten zal, ten einde zijn?
Wanneer zal ik me moeten verbergen, zeer timied,
en schuchter doen, omdat een man mijn naaktheid ziet?
En wanneer zullen beter sterkre handen
m’n schouders omvatten en mijn lijf strelen,
als ik ’s avonds, van verlangen moe,
alvorens slapen gaan, wel doe.
(Dan ben ik naakt en mijn naaktheid wiegel
ik vóór de zacht-belichte spiegel,-
de elektriese lamp is gehuld in een zijde-bloedrode bloem.-)
ik wacht en voel ’t immense van mijn leed,
wijl ik slechts vaag weet mijn leven inkompleet

Paul van Ostaijen

Uit
Verzamelde gedichten
Bert Bakker
Amsterdam, 1992

09:45 | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.