13.02.2009

Onze meisjes, gewapend.

Preliminair

*

Hij was schaapherder in de Negevwoestijn.
Hij hoedde zijn dieren voor het mes van de slachter. Dat wist men
in onze kibboetsen. Waar rondo’s werden gedanst
en paeans gezongen. Waar veel werd gelachen en gepraat.
Onze meisjes, gewapend, joegen op hem met hun lach
vlammend als brandnetel. Ten slotte ging hij naar de stad
en daar beraamt hij zijn dood, na het verraad aan de schapen.


Aleksander Wat

Uit:
Heb medelijden tijd. Poolse poëzie van de twintigste eeuw.
Vertaling Karol Lesman.
Uitgeverij Plantage, Leiden, 2003.

21:45 | Commentaren (0) | Tags: poolse poezie

De commentaren zijn gesloten.