26.01.2009

Zintuiglijk genot.

In haar dromen jaagt Aeneas wild achter haar aan [vergilius - aeneis, boek 4]

Dido, c’est moi

's Nachts droomde ze dat hij haar achterna zat
dat ze rond zwierf alleen, dat ze rende maar niet
vooruitkwam, al tweeduizend jaar geleden
droom ik dat ook elke nacht. Huist er één mens
in ieders hoofd of hart of hebben wij
nog steeds diezelfde oude zielen van toen
waarin de droomfabriek haar onverslijtbare
films afspeelt: altijd weer vliegen maar nooit
hoger dan een meter, op een muur staan dus
vallen peilloos van schommel of balkon
aan het strand rukt de zee op, in het water
huist een monster. Ook dat droomde Dido
als ze niet dwaalde over het plein van Carthago
zoals ik, naakt tussen mensen in prachtige toga’s

Marjoleine de Vos


Uit
Zeehond graag
Van Oorschot,
Amsterdam, 2000

De commentaren zijn gesloten.