14.07.2008

Nu nog het recht van naweide of van polyandrie.

Nec clam nec vi













.

Er slaapt een man in huis. Soms noem ik hem de mijne.
Hij neemt fauteuil en ether in, hij snijdt mijn adem af.
Dan sluip ik nors de kamer uit, ze werd te veel de zijne.
Te veel zijn lucht, zijn bloed, zijn brood dat ik wel eten moet.
De hand die ik dan buit en die me steeds weer voedt.

En dat ik zwaarder werd van heupen met de jaren.
Dat is het kind van hem waarop ik eeuwen broed
en wellicht nooit zal baren. Alleen de man zuigt zog,
hij sloeg de diepte wond. Hij scherpt mijn bloedbaan aan
en zet mijn angels klem. Van alle huizen woon ik liefst in hem.

 

Lut de Block


Uit
Entre deux mers
De Arbeiderspers
Amsterdam, 1997

 

21:45 | Commentaren (0) | Tags: en nu

De commentaren zijn gesloten.