30.06.2008

Minnaar van de vluchtende nimfen.

Zonder waaier
Éventail

de Mademoiselle Mallarmé

O rêveuse, pour que je plonge
Au pur délice sans chemin,
Sache, par un subtil mensonge,
Garder mon aile dans ta main

Une fraîcheur de crépuscule
Te vient à chaque battement
Dont le coup prisonnier recule
L’horizon délicatement.

Vertige! voici que frisonne
L’espace comme un grand baiser
Qui, fou de naître pour personne,
Ne peut jaillir ni s’apaiser.

Sens-tu le paradis farouche
Ainsi qu’un rire enseveli
Se couler du coin de ta bouche
Au fond de l’unanime pli!

Le sceptre des rivages roses
Stagnants sur les soirs d’or, ce l’est,
Ce blanc vol fermé que tu poses
Contre le feu d’un bracelet

Stéphane Mallarmé

L’après-midi d’un faune

Welke bracelet
















Waaier

van Mademoiselle Mallarmé

O droomster, wil je mij doen glijden
In het puur genot te allen kant,
Weet mij arglistig te misleiden
En houd mijn vleugel in je hand

Een huivering van schemerduister
Komt op je toe bij elk gewuif
Waarvan de wiekslag in zijn kluister
Zachtjes de horizon verschuift.

Duizeling! zie de ruimte beven
Als een onmetelijke kus
Die, dol voor geen te mogen leven,
Niet openspat of wordt gesust.

Voel je hoe het verlegen Eden
Als een bedolven schaterlach
Vanuit je mondhoek naar beneden
Vloeit diep in dit eenparig rag!

De scepter van de roze kusten
Stilstaand op avondgoud, is het,
Die blanke kringvlucht die je rusten
Laat bij ’t vuur van een bracelet.

Stéphane Mallarmé


vertaling: Paul Claes

Uit
De middag van een Faun en andere gedichten
Athenaeum – Polak & Van Gennep
Amsterdam, 1992.

 

21:45 | Commentaren (1) | Tags: langzaam geil

29.06.2008

Un manteau de fortune.

Hier bij laagtij glimlach je

Het bezoek

Door het halfopen raam: duizenden vogelkreten,
het groene gruis en de stem van een kindertijd
tussen de heuvels, de oorverdovende blijdschap
van de middag, tot daar wat horen en zien

aangaat, in bed liggend tussen witte lakens,
de dragers van sinaasappelen en ingehouden tranen
doen hun best om je stilte te versterken. De zee
die aan zijn kettingen rukt is verder weg,

diep in je ledematen. Hier bij laagtij,
glimlach je zoals men op het strand een rij
grote kastelen bouwt die niet vervallen:
je hart is in de hoogste kamer, waar het

uit de verte ziet komen wat het verwacht.

Guy Gofette


vertaling: Jan H. Mysjkin

Uit
Hanenveren van diverse pluimage
PoëzieCentrum vzw
Gent, 2004.

 

22:30 | Commentaren (0) | Tags: onschuldig

Behoudens vergissingen

Lut de Block










Juli

Het juliet heftig, zon morst vlokkig
zijn licht in de korf van je schoot.

Het fruit moet nog meuken,
het land moet nog zwellen, het meurt er

naar moer, naar zaad en naar drab.
Omhoog valt een blauwvoet.

Van liefde krijgen we vleugels en van
verlangen het lef om op te stijgen.

We wolken boven het land,
te meeuwig om teugels te vieren

Lut de Block


Uit
Het onverborgene
De Arbeiderspers
Amsterdam/Antwerpen, 2006

09:45 | Commentaren (0) | Tags: lauwe thee

28.06.2008

Door tomeloze wildheid gedreven

L i g s t o e l

Ligstoel

voor Jan Fabre

Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt
als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken:
je beide handen. Geuren lanterfanten door de tuin.
Ik heb een ligstoel onder me waarin ik zo laag als ik maar

in mezelf kan liggen, op mijn rug, het onderste wat ik heb, lig.
Hoe is dit liggen ? Zoals je een cognac afmeet door het glas
horizontaal te leggen, zo is dit liggen, ik heb niet veel van mezelf
nodig om vol te zijn, wat ik nodig heb is vooral: weinig.

Er is te weinig weinig. De vergevensgezindheid
van het niets waarin wij, als we eveneens
niets zouden zijn, zouden passen.

De lucht is zo blauw als vergeetachtigheid.
De lucht is zo blauw als blauwsel waarmee destijds
linnen werd gewassen om witter te zijn.

Herman de Coninck

Uit
De gedichten
De Arbeiderspers
Amsterdam/Antwerpen, 2000

21:45 | Commentaren (0) | Tags: fluister

27.06.2008

Dammen bouwen op de velden.

Fratsen










De triestigheid ’s avonds

Ontstaat een ritselen en geknaag.
Een roetkraai ruimt het stoppelveld.
De haagbeuk heeft zich opgemaakt.
De tuin ligt als een laken
kaal.

Op donkere velden brandt het loof.
De toren geeft de uren aan en wind
bevoelt haar jurk. De rug buigt
als een hazelaar.

Een hand omsluit een hand, een berm
rijst op. Met reeds ontstoken lampen
rijdt een auto, glimmend,
door het land.

Erik Spinoy

Uit
Fratsen
De Arbeiderspers
Amsterdam, 1993

21:45 | Commentaren (1) | Tags: limburg

26.06.2008

Houdt uw geslacht mijn heilverbond

Psalm 132
 








Naar psalm 132

Dat alle woning mij is
als een tent in de wind;
dat ik iedere nacht tot de plaats
van mijn rust moet klimmen
als tegen een berg op;
dat ik mijn ogen moet smeken
zich eens een uur in het donker te sluiten -
is omdat ik nergens
uw plaats heb gevonden op aarde.
Niet in de tent:
niet in de wind.


Lloyd Haft


Uit
De psalmen
Querido
Amsterdam, 2003

22:30 | Commentaren (0) | Tags: bidt niet

25.06.2008

Zodra de zon kopje onder is

Berta














.

Men noemt haar een femme fatale.
Maar voor mij heet ze Berta.

Vroeger was zij het meisje
waarmee ik zout op slakken gooide.

Nu dorst elke vent naar haar dijen
en knijpt daar zijn beurs voor leeg.

En zo blijft alles bij het oude.

want Berta en ik,
wij blijven de lolly’s delen.


Bart Brey


Uit
Bodemzin
In De Knipscheer
Haarlem, 1987

22:30 | Commentaren (0) | Tags: dijen

Voorbijganger

Nooit
















Nooit

Nooit zal iemand weten wat het is
Als Jansen te worden geboren,
Ook Jansen niet.

En nooit zal iemand weten wat het is
Als Peters door het leven te gaan,
ook Peters niet.

En nooit zal iemand weten wat het is
Als Nolens te sterven,
ook Nolens niet.

Want Jansen en Peters en Nolens
Verschillen van elkaar als
Jansen en Peters en Nolens.

En Jansen en Peters en Nolens
verschillen van zichzelf
En daarom heten zij De Jong.


Leonard Nolens


Uit
Uit duizenden. Dichter bij handschrift.
De Arbeiderspers
Amsterdam/Antwerpen, 2003

18:22 | Commentaren (0) | Tags: sterven

14.06.2008

Nu nog staat elke dorst mij vrij.

Geen meisje maar boer













Grosso modo

Er had evenveel zon geschenen als ik
geen meisje maar boer was geworden.
Daar stond ik op het land mijn handen in
mijn zakken. Daar ging de trein.
Stoptrein van kwart over twee en straks
kwart voor drie. ’s Avonds was ik
niet alleen. Jij was er niet.

Vrouwkje Tuinman


Uit
Vitrine
Nijgh & Van Ditmar
Amsterdam, 2004

21:45 | Commentaren (0) | Tags: liefde

13.06.2008

De kus waard.

Judaskus











Munusculum


Judas, die Zijn woorden haatte,
omdat zij vol met graten zaten,
probeerde ze niet door te slikken
en zag het liefst de Visser stikken.
Toen Jesus zich vooroverboog –
een zachte stem vroeg wie er loog –
rilde Judas en sprak teer,
snakte: ‘Heer, ik? Ben ik het, Heer?’


Wiel Kusters


Uit
Velerhande gedichten
Querido
Amsterdam, 1997

21:45 | Commentaren (0) | Tags: bidt niet

12.06.2008

Het kot is te klein.

maria's beurt

maria’s beurt om de mensen te redden


mijn mooie maria als wonder van eenvoud
je haastte je af, raakte met nieuwe zolen
verzeild in het wegen van de in zonde

voor het gestichte loot Hij
die dagen klokt per uur

maar van ver zijn de sterren ouwelijk
tal van vallende

blozend halen wij aan het schuin aflopen
het onbevlekken overkwam je

kaal de Heilige en hoger
als een kat al gevaarlijk
reuk, driften, kranten, een berghelling


Saskia de Jong


Uit
zoekt vaas
Bert Bakker
Amsterdam, 2004

21:45 | Commentaren (0) | Tags: bidt niet

11.06.2008

Loekkebèr

Totdat de telefoon gaat













Bui

Terwijl het regent
komt de regen in vlagen
door de regen heen

ik merk dat ik inadem
ik merk dat ik uitadem

wat was dat?

was dat het hoesten van een koe
of het dichtslaan van een staldeur?

en die hard geworden stukken blubber,
zijn dat dooie muizen?

de regen ruist
de regen ruist

totdat de telefoon gaat.


Martin Reints


Uit
Ballade van de winstwaarschuwing
De Bezige Bij
Amsterdam, 2005

21:45 | Commentaren (0) | Tags: tony

10.06.2008

Een opening

Hoe in 't midden de wereld bekend werd

Debuut 1

Bevrijd van de tentamendruk had zij
voor zaterdag een vriend gevraagd te komen;
’t was avond, kaarslicht, en zelfingenomen
stond er de dichtgekurkte fles rosé.

Maar zondag ving met regen aan;
en de logé sloop, een ervaring rijker,
steels weg en nam zijn kleren van de spijker,
die onbeholpen in de kalk bleef staan.

Ze pakte van ’t bureautje bij de muur
een mok en goot het restje thee naar binnen.
De woning sliep nog op dit vroege uur.
Ze lag in bad en voelde hoe in ’t midden

de bodem bladderde, en plotseling
kroop toen de leegte, licht naar badzout geurend,
haar lichaam in door nog een opening
die na vannacht bekend met de wereld.

Joseph Brodsky


vertaling Peter Zeeman

Uit
Ex Ponto. Gedichten 1961 - 1996
De Bezige Bij
Amsterdam, 2000.

 

21:45 | Commentaren (0) | Tags: lauwe thee

09.06.2008

Twee vrouwen [de eerste en de tweede].

Twee vrouwen...

Tot de ondervraagde

Misschien hebben ze wel gelijk.
Ik kan niet zeggen lees die krant maar
ga nu maar slapen.
Ik kan je hellemaal niets vertellen.

het is zo goede geregeld. Jij stelt de vragen
en je krijgt het.
Je mag reageren zoveel je wilt.

Verwacht geen wonderen
op een dag als vandaag.
Ik ben de ongelukkigste man ter wereld.
Ik heb twee vrouwen
de eerste en de tweede.

Daaraan denken
en deze stoelen zacht maken
door daarop veel te zweten.
Was je daar niet naar op zoek?
Ze zullen het je hiernaast allemaal uitleggen.

Jan Baeke

Uit
Iedereen is er
De Bezige Bij
Amsterdam, 2004.

 

21:45 | Commentaren (0) | Tags: en nu

08.06.2008

Stil zonder broekje na het noodweer.

Dziewczyny...

Verleden

1
Het bos aan het water, en reusachtige stilte.
De gekuifde fuut in een inham van het meer,
talingen op het midden van het heldere diep.
En hij die hier een huis liet bouwen,
denkend aan het rooien van de eiken wildernis,
de stammen die over de Niemen zouden vlotten,
aan de dukaten, ‘s avonds bij kaarslicht geteld.

2
De essen van het park zijn stil na het noodweer.
Een meisje rent over het paadje naar de steiger,
trekt de jurk over haar hoofd, gooit haar op het bankje
(ze draagt geen broekje, al scheldt die Française nog zo),
en er is genot van de beroering van het zachte water,
wanneer ze, zelf geleerd, op z’n hondjes zwemt,
naar het lichte midden, waar geen bomenschaduw is.

3
Een gezelschap neemt plaats in het bootje,
heren en dames in badkostuums. Zo zal
het jongetje dat een korte levenslijn heeft
op zijn hand hen onthouden. ’s Avonds leert hij
de tango. Mevrouw Irena leidt hem met het lachje
van een rijpe vrouw die een jonge man inwijdt.
Achter de deur naar de veranda huilen de uilen.

Czesław Miłosz


vertaling Gerard Rasch

Uit
Memento
Pegasus
Amsterdam, 2005.

21:45 | Commentaren (0) | Tags: poolse poezie

04.06.2008

Kathleen Ferriers Eurydice

Eurydice

Duurzaamheid

Elk voorjaar diezelfde twee eksters
in de tuin

je zou je afvragen: wat doen ze daar?
Waarom in deze tuin?

Zijn het de wolken
die loom en zwaar boven de grond hangen

het gras nog jong en sappig
van net gevallen regen

de zon die kortelings vrij spel had met schaduwen
van bomen, hagen?

Of ben jij het met de krant op de keukentafel
ik met een boek op de bank en alles ertussen

met klanken van de Matthäus Passion en
de stem van Kathleen Ferriers Eurydice.


Hannie Rouweler

Uit
Rozen verwelken, bloemen
WEL.
Bergen op Zoom, 2006

21:34 | Commentaren (0)

03.06.2008

Muziek van leven en sterven.

Meer dan muziek

Muziek in de auto

De muziek die ik hoorde met jou,
thuis of in de auto
of zelfs tijdens een wandeling
klonk niet altijd zo zuiver
als de pianostemmers het zouden willen –
soms mengden zich er stemmen in
vol afgrijzen, vol pijn,
en dan werd die muziek
meer dan muziek,
werd ze ons leven
en sterven.

Adam Zagajewski

Uit
Memento. Nagelaten vertalingen van Gerard Rasch
Pegasus
Amsterdam, 2005

23:12 | Commentaren (0) | Tags: poolse poezie

01.06.2008

Hoe alledaags beklemmend.

Sincérité

De verloren zoon

De verloren zoon kwam niet terug.
Wel de zijnen waarmee
hij eikels en truffels had gedeeld,
en de meisjes in wie
hij al zijn gaven had verschoten.
Het zijn de meisjes en de zwijnen
die naar de vader toekwamen
en het vette kalf in ontvangst namen
- om het door te geven aan de ondankbare telg
die daarginds zwelgt in het allerlaagste
.

André Schmitz


vertaling: Jan H. Mysjkin

Uit
Les prodiges ordinaires
les Editions de l’Âge d’Homme
Lausanne-Paris, 1990.

 

15:45 | Commentaren (0) | Tags: lauwe thee