12.04.2008

Leeflang & De Coninck - Cognitio linguarum clavis scientiae

Herman de Coninck [Ons Erfdeel]

(…)

Iets principieels: over het opgenomen gedicht

Shoah

Vrolijk stapten de joden de trein op.
Enkelen die zich in het tussenstation
te lang hadden opgefrist, liepen
halsoverkop, wanhopig, de intussen
vertrokken laatste wagon na, om toch maar
niets te missen van hun dood.
 
Zo moet ik van jou hebben gehouden.

zegt De Coninck in zijn Groningse college zelf: ‘Ik herinner me een gedicht dat ik uit de bundel Enkelvoud geweerd heb (...) Theo Sontrop was toen nog bij De Arbeiderspers. Hij vond het mede dank zij een paar glazen witte wijn, een mooie bundel. Het enige wat hij bijna verlegen vroeg was: ‘Kan dit er niet uit?’ Ik bloosde. Een van de wetten van de ontroering is dat je het drama kleiner moet maken dan het is, dat is altijd sympathiek (...) Ontroering in de poëzie is pure woordberekening. Maar soms reken je verkeerd.’ Zodat ik me afvraag of je een dichter een dienst bewijst met de officiële publicatie van zo'n gedicht.

(…)

Ed Leeflang in DBNL
 

Ed Leeflang

Uit
Maar vertakkend van wanhoop en graagte
De gedichten van Herman de Coninck
in
Ons Erfdeel Jaargang 42
Rekkem, 1999.

17:45 | Commentaren (0) | Tags: kritiek

De commentaren zijn gesloten.