25.03.2008

Den Doel

Doel

Bij Minnestreel Besluit

De modder is de moeder van de golem.
De goede hoeder van het schorem is het geld
dat altijd geldt, de boorden wit-,
een dorp wegwast.

Niet het water zoekt de zotste weg; de mens.
Want de politiek preekt meer procenten
en de centen moeten rollen als een kop.

Hoezeer havent een haven een gemeenschap soms,
als ook de graven van haar doden zijn begraven
en moet slapen in het slijk die zij
in naam van de vooruitgang kreeg geslikt?

Zelfs tussen zien en zicht zal hier
geen muur meer staan, geen bericht
aan de bewolking worden aangeplakt.
Een verleden dat zich in de koelte van haar torens
heeft bevolkt baatte niet en baadt hier
in moeras en in memoriam.


Dimitri Verhulst

Uit
Van de kaart – 29 gedichten over Doel
Ampersand & Tilde
Antwerpen, 2000.

21:15 | Commentaren (0) | Tags: anvers

24.03.2008

"Stepping stones for the poem to tread on."

Ik schrijf je neer

Ik schrijf je neer

Mijn vrouw, mijn heidens altaar,
Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,
Mijn jonge bos dat ik doorwinter,
Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,
Ik schrijf je adem en je lichaam neer
Op gelijnd muziekpapier.

En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen
En maak je weer voor wereldreizen klaar
En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.

Maar bij goden en bij sterrenbeelden
Wordt het eeuwige geluk ook dodelijk vermoeid,
En ik heb geen huis, ik heb geen bed,
Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.

Ik schrijf je neer op papier
Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.


Hugo Claus

Uit
Ik schrijf je neer. De mooiste gedichten.
De Bezige Bij
Amsterdam, 2002.

20:45 | Commentaren (0) | Tags: fluister

23.03.2008

Alles zegt weinig, maar niets niet genoeg. (v)

Alles zegt weinig, maar niets niet genoeg

V

Het gaat ons goed en wel aanhoord
En evenredig groeit ons ademhalen samen.

Maar dezelfde tekens ten spijt
Noch de distel bij het offer
Noch de doorn.
Van de stem blijft van de stem
En sinds eeuwen ontheiligd, de genade
Haar rede wrekend.

Bijna, nu wettelijk mezelve, bijna
Maar niet verstard, niet naderbij
Belijd ik de plotse huiver.
Tot mezelve. Tot een nieuw inzicht.


Hugues C. Pernath

Uit
vijftig index-gedichten
Gedichten
Lannoo|Atlas
Tielt – Amsterdam, 2005.

 

20:15 | Commentaren (0) | Tags: doorzicht

20.03.2008

Maak geen enkel geluid.

zum süssen mädel


Zum süssen Mädel

Het gemberzoete meisje van plezier
lonkt meewarig in een groen bordeel
naar de klant die het klappen
van de drift kent.
Vol goede verloedering
legt ze de tijd onder narcose –
Seconden rijpen in haar vel.
Ze perst rozijnen uit haar stem,
verkruimelt als een suikerbrood.
Als ze daarna haar wonden likt,
laat hij haar achter als een doodsbericht.

Lucienne Stassaert

Uit
In aanraking. Gedichten 1969 - 2004
P
Leuven, 2004

22:00 | Commentaren (0) | Tags: lauwe thee

19.03.2008

Alles zegt weinig, maar niets niet genoeg. (iv)

Naar u toekomen wil ik

IV

Deze voormiddag, of morgenavond
Of, volgens de waarheid
Met mijn voeten op een effen vlak.

Namen ontgaan mij, anderen
Uit wie niets overbleef.
De tijd droeg wat ik versta onder schrijven
Wat ik mij herinner.
De jeugd die ik betaalde met getikte zinnen.


En een of twee minuten zwijgen.


Hugues C. Pernath

Uit
vijftig index-gedichten
Gedichten
Lannoo|Atlas
Tielt – Amsterdam, 2005
.

 

21:30 | Commentaren (0) | Tags: dakraam

18.03.2008

From the edge of the deep green sea.

De meest bezonken beelden


Verloren wijn

Eens goot ik in de Oceaan
(maar waar precies weet ik niet meer)
wat druppels waardevolle wijn,
als offergave aan het niets…

Wie wou dat jij verloren ging?
Heb ik een god gevolgd misschien?
Misschien de aandrift van mijn hart,
dacht ik aan bloed, vergoot ik wijn?

En na een wolkje roze werd
de zee weer even puur, gewoon
weer even helder als voorheen…

Verloren wijn, maar dronken golven!...
Ik zag de meest bezonken beelden
verrijzen in de droeve lucht…

Paul Valéry


vertaling: Patrick Lateur & Koen Stassijns

Uit
De mooiste van de hele wereld.
Lannoo/Atlas
Tielt, 1997

20:45 | Commentaren (0) | Tags: leven

17.03.2008

Daar drinken ze laat en daar drinken ze vroeg

daar drinken ze laat en daar drinken ze vroeg

 

De kroeg

Al in de plantage daar is er een kroeg
        Wel onder de groene boomen,
Daar drinken ze laat en daar drinken ze vroeg,
Daar drinken ze nooit haast jenever genoeg; -
        Mijn lief zeit: ik mag er niet komen.

ik ben er te voren zoo dikwijls gegaan
        Bij zonneschijn en bij regen;
Ik dronk er bij zitten, ik dronk er bij staan.
Ik kwam er wel somtijds wat buisjes vandaan...
        mijn lief zeit: ze kan er niet tegen.

Ze heeft mij een zoen van haar mondje verzeid
       (Haar wangetjes raakten aan 't kleuren)
‘Maar - mits je me niet in dat kroegje weer leit!'
Waarachtig, je kunt er op ân, lieve meid!
        Nu zal het mij nóoit weer gebeuren.

J. P. Heije

Uit
Volksdichten
Elsevier
Rotterdam, 1884

22:45 | Commentaren (0)

16.03.2008

Het meandert voort

teaser
 
Vannacht


Vannacht een brief geschreven, deze.
Was eruit geweest, zag op het bed


een lichtstreep waar je had gelegen.
Legde hem weg, kon het gordijn niet beter


sluiten, telde gezwichte jaren in zuchten,
slikte het dwingend gedraai, als koudvuur


bevroren mijn handen, mijn vuisten. Niet
laten lezen, de gedachten verscheurd.

 
Frieda Snel
1943

17:00 | Commentaren (0)

15.03.2008

Weet je nog toen het niets was.

Werd liefde inniger beleden dan in al de verzen die ik sindsdien voor je schreef

Thuiskeer in Zeeland

Hart van mijn land ik ben terug
in 't waaien van uw volle zomer,
lig lui en languit op mijn rug,
weer thuis en nog dezelfde dromer

Ver als de blik gaat, ver als wolken
ruisen de popels ijl en licht;
als water koeren duiven onder
het bloesemdek van uw gezicht.

Ik ben terug, ik lig te rusten
in 't bruidsbed van uw welig kruid
en luister: nooit was ik bewuster
van onze eenheid van geluid.

't Vernis van licht om alle halmen,
het boomscherm dat de einder sluit,
de klokken, wier verwaaiend galmen
tegen de zilte hemel stuit -

klank, geur en kleur, zinlijk herkennen:
de karper op de waterplas,
het hooi, zingende zeeuwse stemmen,
de zoete bonen, 't prille vlas -

Ik lig, ik ben terug, ik droom
uw dromen in een blijde schemer;
ik werd weer kind, ik werd een boom,
een plant, een lied, een stukje hemel.

Hans Warren

Uit
Verzamelde Gedichten
Bert Bakker
Amsterdam, 2002.

13.03.2008

Mijn hele ziel denkt: verrek!

Port of sherry...liever thee

Drank, de onberekenbare

Onder ’t net en vlot gesprek,
dat mijn hoofd, met bruine hoed
met de gastheer voeren moet,
denkt mijn hele ziel: verrek!
In mijn binnenst stampen beesten,
snuiven paarden, ruisen bossen,
slangen schuiflen door de mossen,
negerstammen vieren feesten.
Port of sherry…liever thee?
Ja mevrouw, of eiglijk….nee.
Spiernaakt duik ik in een meer.
Graag, een halfje…o, niet meer!
Hoe kán ik, bij God, nog praten…
Zouden ze iets aan me merken?
Kan ik niet meer tegen sterke
drank? Heb ik al rode oren?
Als we nou die kat eens schoren
- de onvervalste poedelkat –
ijsbloemen op zijn achterplat.
Niemand weet, hoe vreeslijk wild
ik met los haar loop te rennen!
Niemand zou mij hier herkennen
als ik plotsling was gevild.
Want ze kennen slechts mijn huid,
en die nog alleen bij stukken,
o ingetogen, bruine bruid
van Tahiti, of Molukken…
In de kamer wordt het donker;
buiten dwarrelt stil en schuin
sneeuw op heel licht groene struiken.
Zó mooi is het in die tuin,
dat ‘k moet staren naar ’t geflonker
van mijn glaasje, naast de kruiken:
ál te glinsterend stuk glas…
Plotsling huil ik…op zijn jas
zaten toen ook lichte vlokken.
Vlokken sneeuw…die werden water…
Hield hij niet meer van me, later,
dat hij zomaar is vertrokken?


M. Vasalis

Uit
Gedichten
Van Oorschot
Amsterdam, 1997

20:45 | Commentaren (0) | Tags: meisje

12.03.2008

Alles zegt weinig, maar niets niet genoeg. (iii)

Zo was het

III

Vertraagd, de geduchte daden
Zich tevreden stellend met de overeenkomst.

Zo was het,
Mijn misdaad is mij te machtig geworden
Mijn liefde werd mijn liefde.
Dezelfde manier van leven zag het leven
begreep en onderging
Een waardigheid
Waarbij ik te kort schoot.

En in deze late, eindelijk rust
Deze moeite, herken ik haar.
Zij, de vrouw die overweldigde
Die zo gehandeld heeft.


Hugues C. Pernath

Uit
vijftig index-gedichten
Gedichten
Lannoo|Atlas
Tielt – Amsterdam, 2005
.

 

20:45 | Commentaren (0) | Tags: nacht

11.03.2008

Beminnen is een plek van louter klaar te komen.

Elkaar een oogwenk naar het leven staan

Een vrouw beminnen…

Een vrouw beminnen is de dood ontkomen,
weggerukt worden uit dit aards bestaan,
als bliksems in elkanders zielen slaan,
te zamen liggen, luisteren en dromen,
meewiegen met de nachtelijke bomen,
elkander kussen en elkander slaan,
elkander een oogwenk naar het leven staan,
ondergaan en verwonderd bovenkomen.

‘Slaap je al?’ vraag ik, maar zij antwoord niet;
woordeloos liggen we aan elkaar te denken:
twee zielen tot de rand toe vol verdriet.

ver weg van de wereld, die ons niet kan krenken,
vlak bij de sterren, die betoovrend wenken.
’t Is of ik dood ben en haar achterliet.

Ed. Hoornik

Uit
Verzamelde gedichten
Meulenhoff
Amsterdam, 1979.

20:45 | Commentaren (0) | Tags: geil

10.03.2008

Laat je ook eens lekker in de zeik nemen liefst door mooie vrouwen..

wet & vrouwen

.

Zit er dus niets anders op dan muisstil blijven zitten
en horen hoe je ziel zijn klankbodem verliest
je geld dreigt te ontwaarden
je bang bent in het niet te zinken bij zo’n overmacht?

Maar overmacht is in strijd met je rechtvaardigheidsgevoel
en zet je voldoende onder druk
om je plek weer in te nemen boven het gewoel en eronder
omdat je, terwijl je er zo prachtig aan ontstijgt
tegelijkertijd diep in het niet aanwezig blijft
Zo wil het immers de totale

Wie in niemand gelooft kan iedereen vertrouwen

Laat je ook eens lekker in de zeik nemen
liefst door mooie vrouwen

Hans Verhagen


Uit
Moeder is een rover
Nijgh & Van Ditmar
Amsterdam, 2004
.

21:49 | Commentaren (0) | Tags: langzaam geil

Wie poetst krijgt seks.

wie weet slaag ik in de dood
 

Intermezzo

Stem te zijn en anders niet,
maar zo meeslepend te zingen,
dat elk hart het wonder ziet
achter mensen, achter dingen;
te schikken en anders niet
woorden in zulk een verband
dat het onontkoombaar lied
- wapen in een man's hand -
hen ruggelings overmant,
stem te zijn en anders niet.

Jan Campert

Uit
Wie weet slaag ik in de dood.
Bert Bakker en Daamen
Den Haag, 1962.

09.03.2008

A world without sense, and dull.

Alexander Blok Noch ulica fonar apteka
 

.

Nacht, straten, apotheek, lantaren,
Een zinloos schijnsel in de mist.
Al leef je nog eens twintig jaren -
Geen uitweg - alles is beslist.

Je sterft en wordt opnieuw geboren,
Alles herhaalt zich vroeg of laat:
Rimpels in het kanaal bevroren,
Nacht, apotheek, lantaren, straat.

Alexander Blok

.

Ночь, улица, фонарь, аптека,
Бессмысленный и тусклый свет.
Живи еще хоть четверть века -
Все будет так. Исхода нет.


Умрешь - начнешь опять сначала
И повторится все, как встарь:
Ночь, ледяная рябь канала,
Аптека, улица, фонарь.

Александр Александрович Блок


vertaling Marja Wiebes en Margriet Berg

Uit
De meisjes van Zanzibar. Twintigste-eeuwse Russische, Tsjechische en Poolse gedichten.
Plantage
Leiden, 2000

15:45 | Commentaren (0)

For more than a few seconds you have a very pleasant feeling.

't Gloeit nu nog na.

Liefdesliedje

Mijn liefste, waar we beiden zijn,
Daar zijn we met ons bei,
Al de andre menschen, die er zijn,
Ze zijn er niet voor mij.
Ze lachen wel en praten wat,
Ze komen wel en gaan,
Maar doen ze iets of laten dat,
Het komt er niets op aan.

De andre menschen om ons heen,
Zijn ook wel lief en goed,
Maar ik bekommer mij alleen
Om wat jij zegt en doet.
Ik glimlach maar en houd mij stil,
Dit roezig stemgegons,
Waar ieder wat beweren wil,
Wat is het, lief, voor ons?


Jacqueline van der Waals

Uit
Iris
G. F. Callenbach
Nijkerk, 1918.

 

11:58 | Commentaren (0) | Tags: geen rokje

07.03.2008

Hannes 7 maart 1916

hannes zeven maart negentienzestien

Wijding aan mijn vader

o Gij, die kommrend sterven moest, en Váder waart,
en míj liet leven, en me teder léerde leven
met uw zacht spreken, en uw strelend handen-beven,
en, toen ge stierft, wat late zon op uwe baard;

ik, die thans ben als een die in de avond vaart,
en moe de riemen rusten laat, alleen gedreven
door zoele zomer-winden in de lage reven,
en die soms avond-zoete water-bloemen gaêrt,

en zingt soms, onverschillig; en zijn zangen glijden
wijd-suizend over 't matte water, en de weiden
zijn luistrend, als naar eigen adem, naar zijn lied...

Zó vaart mij leve' in vrede en waan van dóod begeren
tot, wijlend in de spiegel-rust van dieper meren,
neigend,  mijn aangezicht uw aangezichte ziet.


Karel van de Woestijne

Uit
Werken. Eerste deel - Lyriek I.
C.A.J. van Dishoeck
Bussum, 1928

04.03.2008

Wanhopige verrukkingen.

Wanhopige verrukkingen ontstonden

De vriendinnen I

’t Begon op een zomernacht, bijna toevallig:
Terwijl zij zich aan het venster koelde,
Droomde haar lieveling bang en woelde
Zich bloot. Zij vond haar, omziend, bevallig:

De handen naast ’t hoofd geperst in ’t kussen,
’t Dek afgegleden, de knieën hoog
En zelve in zachte boog. Zij wilde kussen,
Zacht, dat ze niet ontwaakte, maar ze bewoog

Toch, en kreunde als in een droom gevallen,
Ontstellender nog; zij heeft haar toen gewekt,
En de leden die zij lijden zag in felle
Angst met haar groter lichaam toegedekt.

’t Was niet haar schuld, zij had het niet bedoeld.
Wanhopige verrukkingen ontstonden.
Zij wist niet meer hoe ze vroeger bestonden,
Zo dicht bijeen. Had geen dit ooit gevoeld ?
Nu werden ze anderen in één hevige stonde.

Zij voelden zich ineengevlijd, een kus, en
Tegelijk geschokt in bevredigd snikken.
Vergeefs hielden zij een sluier tussen
Beiden, in te overstelpende ogenblikken.

In ’t licht, vervreemd, zag zij haar lievling weer:
Zij lag achterover en sloeg haar gade,
Die overeind stond, mijmerend na de
Eerste nacht, de armen hoog, ’t hoofdje beschouwend neer

J. Slauerhoff

Uit
Archipel
Van Kampen
Amsterdam, 1923

22:34 | Commentaren (0) | Tags: liefde

02.03.2008

Is Goede al een blad?

also goedele

Vary the intensity and duration

20:45 | Commentaren (0) | Tags: lauwe thee

01.03.2008

Blozen gelijk het bloed van rapen.

winter lady

Côte d'Azur

Onder een hemel van damast
tussen zwanen en dolfijnen
op een blauw-satijnen kleed
komt de wind zich presenteren.
Het is goed in zee te zwemmen,
want de zee heeft zachte handen,
in een bad van schuimballonnen,
duizend druppels, duizend zonnen.
Op de planken en de stenen
van het grint en sintelstrand
dansen klossen en sandalen,
splinters, stokken, kreeften, torren,
zilte krekels en kadavers.

Langs de plinten van de hemel
liggen met opalen ogen
zevenduizend zeemeerminnen
in een krans om alle zeeën
en van transen en trapezen
kijken dwergen en konijnen,
kattenkrengen, kolenkitten
op het zomers zoete neer.

Zwaluwen en zevelingen
zijn gezanten van de zee
en zij lijden in de wouden,
in de parken van platanen,
langs de zomen van de heuvels
aan de gasten, mensebeesten,
als een onderhuidse jeuk.


H.A. Gomperts

Uit
Dingtaal, De Ceder 14
J.M. Meulenhoff
Amsterdam, 1947.