18.11.2007

Terjust 1901 & over jaar en dag eendelijk.

een gulle boer van achter een volle kan.
Eenzaam


De sombre pijnen ruisten, kreunend bogen
 Hun donkre kronen neder naar de korst
 Der aarde, de winden sloege’ aan mijn borst
Hun grauwe vleugels, de struiken hadde’ ogen.

 Ik vluchtte de verlaten hei, - de vorst
Der eenzaamheid, de vale raaf, gevlogen
Op mijn schouders, zat over mij gebogen,
 dat ik de bange lucht nauw aadmen dorst.

Bij ’t witte dorp groette een levend wezen,
 Een gulle boer van achter ’n volle kan,
En voor zijn groet smolt alle leed en verzen.

 Of wanneer komt de tijd, dat ieder man
In elk paar oge’ een vriendengroet zal lezen,
Geen mensenhart eenzaam meer leven kan!

 

C. S. Adama van Scheltema

Uit
Verzamelde gedichten
Brusse/Meulenhoff
Rotterdam/Amsterdam, 1962

20:00 | Commentaren (0) | Tags: bidt niet

De commentaren zijn gesloten.