09.08.2007

Dat gebeurtenissen gebeuren

Isa met Mérode

Sonnet

 

Nu heb ik voor de heerlijkheid

van uw genadige ogen

mijn schaamrood hoofd gebogen

verstrikt in mijn begeerlijkheid.

 

En gij hebt al de deerlijkheid

van ’s harten onvermogen

tot uw hoog hart6 getogen,

verrukt en vol verveerlijkheid.

 

Nu vloeit gestadig weg en weer

een stroom van zoeter minnen

mijn wonde harte binnen

en wijkt naar u en vult mij weer.

En ik, verdwaasd en blijde,

wacht liedes hoogst getijde.

 

Willem de Mérode

 

[Waarschijnlijk 1911]

 

Uit

De witte roos

J.H. Kok

Kampen, 1973

20:01 | Commentaren (0) | Tags: dakraam

De commentaren zijn gesloten.