02.08.2007

Umsonst

isa on the road

.

 

Geen gezicht, geen handen, geen haar, en altijd

een ander. Het is weer de geur van een vreemde

mantel, zo dichtbij als die geur, maar ook zo

onzichtbaar, ook zo voorbij. Ik kijk naar de hei,

 

naar de mistige, eenzame berkjes en denk hoe

ik het moet zeggen, hoe moet ik het zeggen dat,

ik ben weer gelukkig, weer net zo alleen als

vroeger, ik verlangde, en wist niet naar wie. Ze

 

had geen gezicht nog, geen haar en geen handen, ze

was altijd een ander, ze rook zo dichtbij maar zo

vreemd, als jij nu. Wie ben je, zeg ik, we hebben

 

samen een leven al achter de rug en nog moet ik

denken, liefste wie ben je. Ze neemt mijn hoofd

in haar handen en strijkt het haar uit mijn gezicht.

 

 

Rutger Kopland

 

Uit

Gedichten

Van Oorschot

Amsterdam, 2000

20:01 | Commentaren (0) | Tags: leven

De commentaren zijn gesloten.