14.07.2007

Vandaag had hij geen goeie benen.

jongensmeisje 10_NED96

(…)

 

Toen kon ik niets meer zeggen. Ik kon het niet meer zeggen, ik wilde zeggen dat ze mijn eigenste meisjesprins en dat ze een regendans en dat haar vingers tien gedichten uit een bundel van een jonge dichter waren en het meest van alles wilde ik, wilde ik zeggen, wilde ik een leven lang als monomane adoreerfabriek hetzelfde gaan zeggen… maar het lukte me weer niet, ik stokte opnieuw want als het ging over geluk en al die dingen dan ging mijn keel op slot en verafschuwde ik zelfs mijn ademhaling omdat alles, mijn ribben, mijn mond, de adem die ik inhield – omdat alles zo contrasteerde met wat háár was… en ze voelde mijn angst en maakte de regen van haar vingers tot sneeuw, ze besneeuwde me met haar strelingen en vroeg me haar aan te kijken, en ik gehoorzaamde zó snel en ernstig dat ze er voor een moment van schrok, totdat ze onverhoeds in de lach schoot…

 

Joost Zwagerman

 

Uit

Het jongensmeisje (Lange nachten)

Prometheus

Amsterdam, 1991

20:01 | Commentaren (0) | Tags: dijen

De commentaren zijn gesloten.