11.05.2007

Een goddelijke schaamte.

017

Gods show

 

In de parkeergarage weergalmt oneven

getik van de gebroken naaldhak. En

plink-plonk stuiteren parels van mijn halssnoer.

Ik buk en kruip op knieën van nylon

 

over de vloer, over zilveren stippen

platgetreden klonten kauwgom,

vind een kermishobbelpaard, en zoek,

nu in galop, naar mijn verloren tijd,

 

krabbel hier en daar wat in de vaart

aan mijn memoires. Herinneringen zijn

rond en reëel, maar taal is als film,

vol van montage. De logica van

 

wie ik ben, loopt via zakspiegeltjes,

via studiolampen en regisseurs,

van wie niemand namen kent

 

 

Jannah Loontjes

 

Uit

Het ongelooflijk krimpen

Prometheus

Amsterdam, 2005

De commentaren zijn gesloten.