29.11.2006

Wie heeft jou gezocht tegen een krakend hek?

wie wat vindt heeft slecht gezocht [ii]

 

Tegen het krakende hek

 


Zo stonden wij tegen het krakende hek,

zo buiten de wereld als paarden.


Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.


In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,


maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu


bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek


kraakte tegen de opdringende paarden.

 

 

 

Rutger Kopland

 

Uit:

Wie wat vindt heeft slecht gezocht.

G. A. Van Oorschot, Amsterdam 1972

De commentaren zijn gesloten.