20.11.2006

Dood [v]

lucht_avond_9

.

 

De stilte van een woning waarin iemand

op sterven ligt: gefluister, gesnik in een zakdoek, zachtjes

sluiten de deuren. De geuren van medicijnen, niet langer

nodig, de gele vlam van een lijkkaars. Die

zwijgende man, mijn vader, is een jongen

wiens moeder stervende is. Nog niemand gelooft

in wat nu gebeurt, al

is gebeurd, ongemerkt, maar nog steeds

die stilte. Iemand klopt een mat op het erf,

een motor slaat aan, gekrakeel op de trap,

muziek, een naar gras geurende tochtvlaag

heeft de vlam gedoofd. Niets hier dat

haar nog toebehoort. Niets verbindt ons nog

met haar, wij die achterblijven. Nu

mag er gehuild worden, hardop, luider:

tot niet aflatende getuigenis

van het leven.

 

 

Bronisław Maj

 

 

vertaling Karol Lesman

 

Uit

Heb medelijden, tijd.

Plantage.

Leiden, 2003.

 

17:23 | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.