18.10.2006

Vlammend als brandnetel

dontiki

*

 

Hij was schaapherder in de Negevwoestijn.

Hij hoedde zijn dieren voor het mes van de slachter. Dat wist men

in onze kibboetsen. Waar rondo’s werden gedanst

en paeans gezongen. Waar veel werd gelachen en gepraat.

Onze meisjes, gewapend, joegen op hem met hun lach

vlammend als brandnetel. Ten slotte ging hij naar de stad

en daar beraamt hij zijn dood, na het verraad aan de schapen.

 

 Aleksander Wat

 

Uit:

Heb medelijden tijd. Poolse poëzie van de twintigste eeuw.

Vertaling Karol Lesman.

Uitgeverij Plantage, Leiden, 2003.

 

De commentaren zijn gesloten.