17.09.2006

Een verscheurende keuze

STERVEN TE ANTWERPEN

 

De stenen engel aan de Cathedraal

heft zijn balans te middernacht voor die bezwijken.

Het heir der luizen kraakt. De katten zijken

in kromme gangen waar geen tocht door jaagt.

 

Gelegerd op de terpen van het zwijgen,

ten voeten uit onder een schors van slaap,

het strottenbloed gestremd, de schedel kaal

geplukt, stinken de Hanen van het lijden.

 

Hier gaan de kralen van de rozenkrans verloren ;

van huid en haar geen raadsel overblijft

waar ledigheid in ledigheid wil wonen.

 

Het huis van kamers en de stad van straten :

ai, laat de klok met rust. Telt goud, drinkt wijn.

Het vuil rot ondergronds. Bidt niet voor het geraamte.

 

 

Maurice Gilliams

 

Geschreven in 1953

 

Uit

Verzamelde gedichten

Meulenhoff/Poëziecentrum, Amsterdam/Gent 1993

De commentaren zijn gesloten.