30.05.2006

Vreemd gaan. [i]

 

Vreemd gaan. [i]

 

De zeventigjarige zat nabij het kreupelhout te turen

naar de zich door het park voortbewegende kortgerokten

en dacht: "Het kan vreemd gaan”.

 

Uit

Onontgonnen werk

J.L. Shevek

De commentaren zijn gesloten.