10.01.2006

Gluren naar de straat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een mening inzake pornografie

 

 

Er bestaat geen zedeloosheid erger dan het denken.

welig als windbloemig onkruid woekert die vrijpostigheid

in het perkje dat voor madeliefjes was bestemd.

 

Voor lieden die graag denken is niets heilig.

Brutaal de dingen noemen bij hun naam,

bandeloze analyses, liederlijke syntheses,

wild en joelend jagen op de naakte feiten,

wellustig onderwerpen aftasten die gevoelig liggen,

kuitschietende ideeën – op niets zijn ze zo dol.

 

Op een heldere dag of gedekt door de nacht

verenigen ze zich in paren, driehoeken, cirkels.

Geslacht en leeftijd van de partners zijn hier willekeurig.

Hun ogen schitteren, hun wagen branden.

Vriend doet vriend ontsporen.

Ontaarde dochters verderven hun vader.

Een broeder zet zijn jongste zuster aan tot ontucht.

 

Zij zijn belust op andere vruchten

van de verboden boom der kennis

dan de roze billen uit de boulevardbladen,

al die in wezen zo simpele pornografie.

In die boeken die hen vermaken staan geen plaatjes.

De enige afwisseling wordt gevormd door bepaalde zinnen

die met een nagel of een kleurpotlood zijn aangestreept.

Huiveringwekkend, in hoeveel variaties

met wel een tomeloze eenvoud

het de geest gelukt om de geest te bevruchten!

Zulke variaties kent zelfs de Kamasutra niet.

 

Tijdens zo’n rendez-vous wordt de koffie nauwelijks

 opgeschonken.

De mensen zitten op hun stoel, bewegen met hun lippen.

Elk slaat zijn eigen benen over elkaar,

zodanig dat de ene voet de vloer beroert en

de andere vrijelijk in de lucht blijft bungelen.

Slechts af en toe staat er iemand op,

nadert het raam

en begluurt door een spleet in de vitrages

de straat.

 

Wislawa Szymborska

 

Uit het Pools vertaald door Gerard Rasch

 

Uit:

Einde en begin

J.M. Meulenhoff bv, Amsterdam 1999

De commentaren zijn gesloten.