10.12.2005

Lassitude

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vermoeidheid

 

Ze weten niet meer waarnaar toe getogen,

Die zoen op blinde en kleumende ogen;

Ingeslapen voortaan met hun grootse droom,

Staan ze te staren, als honden zo sloom,

Naar al die grijze schapen aan de einder

Die maneschijn gaan grazen op de weide,

Gestreeld door een hemel, vaag als hun leven;

Zo onverschillig zijn ze, koel gebleven

Bij rozen die ontsproten waar zij staan;

En heel die groene rust moet hun ontgaan.

 

Vertaling Stefaan van den Bremt

 

 

Maurice Maeterlinck

 

 

Lassitude

 

Ils ne savent plus òu se poser ces baisers,

Ces levers sur des yeux aveugles et glacés;

Désormais endormis en leur songe superbe,

Ils regardent rêveurs comme des chiens dans l’herbe,

La foule des brebis grises à l’horizon,

Brouter la clair de la lune épars sur le gazon,

Aux caresses du ciel, vague comme leur vie;

Indifférents et sans une flame d’envie,

Pour ces roses de joie écloses sous leurs pas;

Et ce long calme vert qu’ils ne comprennent pas.

 

Uit

Ceci n’est pas une poésie

[Uitgeverij Atlas – Amsterdam/Antwerpen 2005]



01:12 | Commentaren (0) | Tags: kritiek, fluister

De commentaren zijn gesloten.