30.09.2005

The Brussels Journal

Een Papieren Tijger Verscheurt België


From the desk of Koenraad Elst on Mon, 2005-09-26 16:05

Dezer dagen vergasten de media ons op historische overzichten van 175 jaar België. Wie lang geleden op school nog echte vaderlandse geschiedenis gekregen heeft (genre “1830: de opstand bevrijdde het Belgische volk van het Hollandse juk”, “Leopold II schonk ons Kongo”), kan uit deze uitgaven, zoals het extra Knack-nummer “De geboorte van België”, weinig nieuws bijleren: het volgt allemaal braaf de begane paden. Nou goed, Leopold II wordt bekritiseerd om zijn onmenselijke exploitatie van Kongo, maar dat is ook al een tijdje gewoon de communis opinio.

De enige auteur die het verhaal van België echt kritisch brengt, en daarbij heel wat onontgonnen (hoewel doorgaans wel gekende) bronnen gebruikt, is ook degene die in de media volledig buiten beeld gehouden wordt: Paul Belien. Zijn boek A Throne in Brussels: Britain, the Saxe-Coburgs and the Belgianisation of Europe (Imprint-Academic, Exeter 2005) vindt in België niet eens een uitgever. De reden is evident: de hele media- en culturele sector in ons land is streng conformistisch, terwijl Beliens versie van de Belgische politieke en vooral dynastieke geschiedenis de status-quo bedreigt.

Belien toont aan dat België een structureel corrupte staat is die de loyauteit van individuen en groepen (zoals het episcopaat en de socialistische beweging) afkoopt door hen bijzondere gunsten toe te schuiven ten nadele van andere, voor de machtsuitoefening minder belangrijke delen van de bevolking. Het boek is een prettig leesbaar verhaal vol veelzeggende anekdoten over de minder prettige manoeuvres van het Belgische vorstenhuis en de Belgische politieke leiding om hun eigen belang te dienen en, in functie daarvan, de Belgische staat te bestendigen. En het relateert deze geschiedenis aan de huidige stand van zaken, nu de gedurende 175 jaar gegroeide zweer pijnlijk begint te etteren.

Kunstmatige staat?

Volgens Belien is de structurele corruptie van België een gevolg van het velerzijds (ook door koning Leopold I) erkende feit dat dit een kunstmatige staat is, niet de politieke belichaming van een zogenaamd Belgisch volk, aangezien dit niet bestaat. Niet dat meertalige of pluri-etnische staten geen democratische legitimiteit kunnen verwerven, zie Zwitserland, maar in België is dat nooit gebeurd, ondermeer omdat het door zijn anti-Vlaamse beleid voor de Vlaamse meerderheid nooit een vaderland werd om lief te hebben. Terwijl de eenwording van Italië of de afscheiding van de Baltische staten uit de Sovjet-Unie door authentieke volksbewegingen gedragen werd, was de schepping van België alleen het stoemelingse resultaat van kleine intriges en militair-diplomatieke machtsverhoudingen. Geen enkele van de betrokken actoren in 1830 wilde het ontstaan van de staat België: de samenzweerderskliek die de “opstand” op het getouw zette, wilde de aanhechting bij Frankrijk, hun veel talrijker tegenstanders wilden het behoud van de Nederlandse eenheid, en de mogendheden waren in deze alleen bekommerd om de inperking resp. (in het geval van Frankrijk) de uitbreiding van de macht van het land dat slechts decennia eerder Europa in de chaos en de oorlog gestort had. En daarom zal België de weg gaan van de slechts door overmacht bijeengehouden kunstmatige staten zoals Joegoslavië en Tsjechoslovakije.

De lezer heeft reeds begrepen dat we dit boek warm aanbevelen, dat we hier bv. geen greep uit de anekdotes gaan doen omdat we erop rekenen dat u het boek zelf zal lezen; maar dan willen we nu wel de gelegenheid nemen om met de auteur op enkele punten van mening te verschillen. Om te beginnen: is België echt een kunstmatige eenheid? De Coburg-loyalisten in het BV-gilde zullen dat heel postmodern beamen doch toejuichen: leve de niet-identiteit! Enkele aftandse belgicisten zoals die van de schertspartij Belgische Unie/Unité des Belges zullen het ontkennen en vertwijfeld zoeken naar argumenten, die zeker te licht zullen uitvallen. Maar juist vanuit Beliëns eigen katholiek-conservatieve hoek zou een sterkere tegenwind kunnen waaien: jawel, het koninkrijk België is ontstaan op de grondvesten van een rëeel bestaande Belgische identiteit, want vóór het korte interregnum van de Verenigde Nederlanden onder koning Willem I (1815-30) vormden de zuidelijke Nederlanden gedurende meer dan twee eeuwen een aparte en bij uitstek katholieke politieke entiteit.

Reeds vroeg in de 80-jarige oorlog (1568-1648) tussen Spanje en de Nederlandse opstandelingen kwam de frontlijn ongeveer op de lijn die tot vandaag de Nederlands-Belgische grens vormt. Pas in 1648 werd die grens officieel erkend door de Nederlandse republiek en de andere mogendheden, maar toen was het bestaan van de Habsburgse, eerst Spaanse en vanaf 1713 Oostenrijkse, zuidelijke Nederlanden reeds lang een voldongen feit. Onder het bestuur van ondermeer de landvoogden Albrecht en Isabella was dit land een frontlijnstaat van de Contrareformatie geworden, tegen protestants Nederland en anglicaans Engeland (zoals later ook tegen seculier-maçonniek Frankrijk). Heel-Nederlandse nationalisten kunnen dit betreuren, maar vanuit katholiek standpunt was het toch het minste kwaad voor ons land. Er zijn immers belangrijker zaken dan de Nederlandse eenheid: wij Belgen bleven onder Spaans bestuur maar ook binnen het ware geloof, dus wij gaan naar de hemel, terwijl Willem van Oranje en zijn Hollanders er samen met de onafhankelijkheid ook de calvinistische ketterij bijkregen, zodat zij nu in het hellevuur hun succesvol separatisme betreuren.

De 18de eeuw onder de Oostenrijkse Habsburgers, die een bijna-monopolie op de keizerskroon van het Heilige Roomse Rijk verworven hadden, heeft voor conservatieve katholieken nog lang als een soort verloren paradijs gegolden. Als multi-etnische mogendheid onder een tolerant religieus regime met echter een duidelijke katholieke dominantie, hield het rijk stand tot 1918 (de Franse papenvreter Clémenceau had in WO1 alle Habsburgse en pauselijke vredesvoorstellen afgewezen precies omdat hij de kans schoon zag om deze laatste katholieke grootmacht te vernietigen), en nadien is het als model voor Europese integratie gekoesterd. Na het Franse bewind, toen Zuid- en Noord-Nederland ondanks een gemeenschappelijke bezetter nog steeds een apart bestuur hadden, stuurden de Belgische gilden een afvaardiging naar het Congres van Wenen (1814-15) om de wederaansluiting bij het Habsburgse rijk te bepleiten. Maar in Wenen geloofde men niet meer in middeleeuws-feodale “staten” bestaande uit letterlijk onsamenhangende gebieden, en men gaf er de voorkeur aan de aanhechting van het aangrenzende Noord-Italië, hoewel de Italianen dit niet wilden en regelmatig in opstand zouden komen.

Zo werden de katholieke Zuid-Nederlanders ertoe verplicht om hun lang vergeten banden te herstellen met de religieus vervreemde Noord-Nederlanders. Onder Willem I zou het besef van aparte Zuid- en Noord-Nederlandse identiteiten echter levend blijven en officieel erkend worden, ondermeer in de verdeling van hoge ambten, regeringszittingen e.d. tussen Noord en Zuid.

Uiteraard wil ik graag toegeven dat dit punt nog louter van historisch belang is. België werd na zijn onafhankelijkheid spoedig een bij uitstek liberale staat, of het had tenminste die reputatie, met een gesubsidieerde Kerk die de staat naar de ogen zag. Zijn rol als contrareformatorische frontlijnstaat verdween, zeker na de snelle secularisering van de Brusselse burgerij en de Waalse arbeidersklasse tijdens de eerste industriële revolutie. Juist die secularisering vergrootte de rol van de taal als factor van nationale identiteit, samen met de feitelijke ongelijkheid op basis van taal binnen de nieuwe staat. Mocht er onder de Habsburgers al iets als een Zuid-Nederlandse identiteit gegroeid zijn, dan maakte juist België daaraan een einde door Vlamingen en Walen in aparte identiteiten te sterken.

Gefaalde staat?

Een punt dat Belien moeilijk hard zou kunnen maken, en waaraan hij zich dan ook niet echt waagt, is dat België in concrete zin een gefaalde staat zou zijn. Hij laat bv. de kans liggen om aan te tonen dat de zeer ongunstig verlopen dekolonisatie van Kongo op één of andere manier het typische resultaat zou zijn van een intrinsiek Belgische kwaal. Gekruid met typisch Belgische blunders, vergiftigd door het Belgische standpunt dat men de Kongolese leiders via corruptie op het gewenste pad kon houden, dat wel; maar blijkbaar ontbreekt het aan concrete aanwijzingen dat een onafhankelijk Vlaanderen of een herenigd Nederland dit beter zou aangepakt hebben.

Pleitbezorgers van een onafhankelijk Vlaanderen wijzen er graag op dat kleine staten economisch beter presteren, getuige Singapore of IJsland of de veel betere prestaties van Tsjechië en Slovakije als aparte staten dan als delen van Tsjechoslovakije. Dat zou dus een mooi en belangrijk objectief criterium vormen om de wenselijkheid van Belgische eenheid versus Vlaamse onafhankelijkheid af te wegen. Welnu, in dit opzicht lijkt er weinig tégen België te pleiten, althans tot in de jaren 1970. Gezien zijn geringe omvang en gebrek aan natuurlijke rijkdommen, deed dit land het in termen van welvaartsschepping en van technologische vernieuwing anderhalve eeuw lang zeer goed.

Het is pas de laatste dertig jaar dat de Belgische staatsstructuur duidelijk nadelig begint te worden voor de welvaart van zowel Vlamingen als Walen, en dit op vele manieren, het meest opvallend door de Vlamingen de vruchten van hun werk af te nemen en door de Walen de lust tot aanpakken te benemen. Dit heeft voor een deel te maken met de grendelgrondwet en andere elementen in de vierkant draaiende Belgische variant van het federalisme. Deze verdeling in zogenaamd zelfbesturende deelstaten geeft de Vlamingen paradoxaal genoeg minder macht en maakt het de franstaligen beter mogelijk om elk vooruitstrevend Vlaams initiatief te saboteren.

In het unitaire België konden Vlamingen en Walen net als nu óók geen op eigen maat gesneden werkgelegenheidsbeleid voeren, maar tenminste vonden Waalse politici en kapitalisten het normaal om te investeren in Vlaams-Belgische projecten zoals de uitbreiding van de havens. In het federale België daarentegen, dat een federale loyauteit vergt die de Walen weigeren, kunnen zij volop schade toebrengen aan de Vlaamse en Belgische economie ten voordele van de Franse. Nu, ongeacht de structuren zou goede wil veel kunnen goedmaken, maar de anti-Vlaamse nijd heeft duidelijk de bovenhand (tot en met in het koningshuis), zie dossiers als de weigering om Sabena of de Generale Bank te redden via een samengaan met de Nederlandse KLM resp. ABN-AMRO, of de afbouw van de kernenergie in Mol ten voordele van de Franse kernindustrie.

Het federale België is zeker een ramp voor Vlaanderen en eigenlijk ook voor Wallonië, maar in historisch perspectief moet men erkennen dat een hersteld unitair België tot de alternatieven kan behoren. Althans in louter economische termen, want het is duidelijk dat het gevoelsmatige draagvlak voor zulk een herstel van het unitaire België massaal ontbreekt. De Walen kunnen het de Vlamingen minder dan ooit vergeven dat zij (de Walen) bij hen (de Vlamingen) in de schuld staan. Ondanks af en toe een mediatieke geste naar de Vlamingen, bereiden de Waalse politici zich voor op de ontbinding van België en hun gedachten verwijlen meer en meer bij de berekening van de materieel gunstigste exitformule.

Euroskepsis

We hebben aan het begin gezegd dat Beliëns studie de Belgische status-quo bedreigt. Is dat niet wat veel eer voor zoiets hulpeloos als een boek? Wel, het is inderdaad mogelijk dat dit boek een concrete rol gaat spelen in de desintegratie van België.

Het belang van dit boek ligt in zijn verbinding van het Vlaamse onafhankelijkheidsstreven met een morele agenda, volgend uit de historisch vastgestelde en door Beliën zeer overtuigend beargumenteerde intrinsieke band tussen de Belgische staat en diverse vormen van corruptie. Althans, dat is het inhoudelijke belang, maar dat is op zich niet groot, want er zijn zoveel boeken die de waarheid zeggen doch politiek volstrekt zonder effect blijven. Geopolitiek heeft dit boek echter een zeker gewicht omdat het de Angelsaksische wereld kan helpen te overtuigen om, de dag dat het erop aankomt, de desintegratie van België niet tegen te werken maar juist goed te keuren en mee te begeleiden.

Paul Belien speelt handig in op Angelsaksische gevoeligheden, ondermeer door de twijfelachtige loyauteiten van de oorlogsvorsten Albert I en Leopold III in de verf te zetten. Cruciaal is zijn stelling dat de EU, die net als de Coburgs haar troon in Brussel opgesteld heeft, als kunstmatige constructie de intrinsieke corruptie en de schijndemocratische manipulaties van België aan het reproduceren is. Euroskepsis is een aanzwellende macht, en het zal een groot verschil maken als men deze tegen België en ten gunste van Vlaanderen kan mobiliseren. Belien heeft het correct ingezien: als Vlaanderen onafhankelijk wordt, zal het zeer waarschijnlijk niet het werk van de Vlaamse beweging zijn. Doorslaggevend wordt het samenspel van internationale mogendheden, net als bij het ontstaan van België

 


01:10 | Commentaren (0) | Tags: land, kritiek

De commentaren zijn gesloten.