30.06.2005

Onweder

 

 

 

Wolkbreuk

In een wilde suizelende wieling
Gudst volmondig, als een zee van droppen
Dampgordijn van water, stralen-stroppen,
In één lange door-elkander-krieling;


Overstelpend alles, wat in knieling
Angstig neerligt en de bange koppen
Onder vlerken als beschutting stoppen
Voor de nader komende vernieling.


Neergegeeseld ligt smaragden klaver,
Platgeslagen 't blauw en 't fladderend rood
Van de koornbloem tegen de papaver


Door de rogge, als lijkkleed langs de sloot,
Maar de wilde, kleine gele klaver
Tart van 't heftig straalgevlaag den stoot.

 

Jacob Winkler Prins

1849-1907

Uit:

Spiegel van de Nederlandsche poëzie door alle eeuwen.

N.V. De Spiegel, Amsterdam 1939





14:05 | Commentaren (0) | Tags: stormwind

De commentaren zijn gesloten.