25.04.2005

Dagelijks brood

 

 

Een oud vers

 

Wat ik betreur te hebben niet bezeten

Is het geluk van menig burgerman:

De vrede van het huisgezin, en van

De kinderen, die mee aan tafel eten.

 

En ik weet wel, dat in mijn armen gelegen

De liefste is bezwijmd van zaligheid,

Dat ik de stem ken van de eeuwigheid,

En van het hart, dat mijn hart is genegen.

 

Maar dit is alles niets, al deze dingen,

Gezegend, en te min; ’t is eens niet meer;

Men hoort de vogels in de bomen zingen,

De jaren gaan, de winter keert steeds weer,

De sterren staan. Ik heb niet goed gekozen.

Wat doet een bedelaar met rode rozen?

 

J.W.F Werumeus Buning

 

Uit

Dagelijks brood 1941

I Gedichten

 

Verzamelde gedichten

Querido 1974





08:14 | Commentaren (0) | Tags: man, bidt niet

De commentaren zijn gesloten.