21.02.2005

Eeuwigheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wenn man unter Ewigkeit nicht unendliche

Zeitdauer, sondern Unzeitlichkeit versteht,

dan lebt der ewig, der in der Gegenwart lebt

 

 

Vanavond weer eens een kapitteltje Ludwig

gelezen - zie boven – en onmiddellijk B. gebeld.

 

Ja, zei ze en i.v.m. de tijdeloosheid nam ik

mij voor de oude beproefde methode van keizer

Houang Ti (2698 v. Chr.) te proberen.

 

Gandalf 13: ‘Onder het knersen der tanden en lozen

van diepe zuchten perste hij het zaad vermengd

met vrouwelijk vocht terug naar de hersenen. Hij werd

zo oud dat men zich later niet meer kon herinneren

of hij eigenlijk ooit was gestorven…’

 

B. kwam en er was veel eeuwigheid tussen haar dijen,

maar nu zij opstaat om een sigaret te zoeken, zie ik

dat ik toch een eenvoudig sterveling ben. Er vallen

bleke droppels op m’n zwarte vloer – ik hoor

ze tikken als een verre klok.

 

 

Uit

Verzamelde gedichten [p. 58]

Riekus Waskowsky

1985 Bert Bakker

 


13:11 | Commentaren (0) | Tags: riekus again

De commentaren zijn gesloten.